Pools

In het academiejaar 2022-2023 organiseert de Vertalersvakschool een korte cursus Pools met vertalers Karol Lesman (o.a. Olga Tokarczuk, Wieslaw Mysliwski, Jakub Malecki) en Charlotte Pothuizen (o.a. Olga Tokarczuk, Sczcepan Twardoch, Wlodzimierz Odojewski).

Chinees

In de herfst van 2021 organiseerde de Vertalersvakschool een korte cursus literair vertalen uit het Chinees met docent Mark Leenhouts. Heb je ook belangstelling in Chinees, laat het ons weten! Als er genoeg belangstelling is voor een taal, organiseren we een cursus.

Nederlands

Er wordt vaak beweerd dat een vertaler alleen maar naar zijn moedertaal kan vertalen. Toch zijn er vertalers die in de praktijk het voorbeeld geven dat het ook anders kan. Maar aangezien we op de Vertalersvakschool vrijwel alleen naar het Nederlands vertalen is de aanwezigheid van de vakken Stijl- en Tekstanalyse en Schrijftraining in de opleiding van cruciaal belang. Als je in de brontaal kunt onderscheiden in welk register een personage zich uitdrukt, moet je ook in de doeltaal (Nederlands) soepel van het ene naar het andere register kunnen schakelen. Als je in de brontaal kunt zien dat de auteur zich niet dubbelzinnig of wazig uitdrukt, moet je in de doeltaal onbedoelde dubbelzinnigheden en vaagheden weten te vermijden.

Een vertaler dient twee heren, eerst de buitenlandse auteur, en als je die volledig tot zijn recht hebt laten komen, is het de beurt aan de Nederlandse lezer. Je maakt van je vertaling een Nederlandse tekst, zoals Frans Denissen zei in zijn dankwoord bij de toekenning van de Martinus Nijhoffprijs.

Een vertaler moet dus veel Nederlands lezen om zich diverse stijlen eigen te maken. Je moet ze niet alleen kunnen herkennen, maar ook bewust toe kunnen passen. Een vertaler bouwt aan een steeds grotere woordenschat en weten in welke situatie welk synoniem past. Je moet glasheldere zinnen kunnen bouwen, maar ook zinnen die eerder iets suggereren. Je moet stijlfiguren kunnen weergeven, passende beeldspraken kunnen bedenken, gevoel ontwikkelen voor het ritme in een zin.

Daarbij natuurlijk foutloos Nederlands kunnen schrijven. Want een uitgever heeft het liefst een vertaler waar niet veel meer aan te sleutelen valt.

De Vertalersvakschool biedt programma’s Stijl- en Tekstanalyse met Liesbeth van Nes (eerste jaar) en Schrijftraining met Lidewijde Paris (tweede jaar) waarin veel aandacht is voor lezen, stijl imiteren, schrijven, spellen (met aandacht voor punten waar vertalers op moeten letten) en zinsopbouw. Daarnaast komen actuele kwesties aan bod en ook zaken die cursisten aan de orde willen stellen.

Spaans

Vraag en aanbod van literaire vertalingen uit het Spaans zijn nogal wisselend. De Spaanse literaire thriller is een tijd in zwang geweest en een aantal schrijvers wordt regelmatig of zelfs altijd (Marías) vertaald. Maar de periode van de Latijns-Amerikaanse boom ligt inmiddels ver achter ons en in de boekhandel is het aantal vertalingen uit het Spaans tegenwoordig relatief klein, ten opzichte van het enorme Spaanse taalgebied. Het kan niet lang duren voordat de Spaanstalige literatuur weer in de schijnwerpers komt te staan. Vertalers spelen daarin een belangrijke rol. Als pleitbezorgers van de cultuur en literatuur zijn het de vertalers die uitgevers en literaire tijdschriften kunnen overtuigen van de kwaliteit van ‘hun’ auteurs.

Onze docenten Spaans zijn Jos den Bekker, Adri Boon, Brigitte Coopmans, Mariolein Sabarte, Trijne Vermunt, Marijke Arijs en Eugenie Schoolderman. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het grootste deel van de vertalingen uit het Spaans, waaronder werk van Javier Cercas, Pérez Galdós, Cortázar, Vargas Llosa en Rafael Chirbes.

In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met de docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per les vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig.

Frans

Er bestaat in de Lage Landen een lange vertaaltraditie uit het Frans. Die vertaalrichting is ook de enige waarvoor werkelijke vertaalhandboeken en vertaalmethodes bestaan. Het niveau van de vertalers Frans is zeer hoog, net als het niveau van de literatuur die zij vertalen. Er wordt weinig frivole lectuur uitgegeven die oorspronkelijk in het Frans is geschreven.

Frans wordt bij de Vertalersvakschool meestal als tweejarige opleiding aangeboden, maar het komt ook voor dat er geen volledige eerstejaarsgroep kan worden gevormd. In dat geval kun je deelnemen aan een korte cursus van zes tot acht sessies. Als er het jaar daarop wel weer een eerste jaar van start gaat, krijg je voorrang bij de inschrijving.

Onze docenten Frans zijn onder andere Katelijne De Vuyst, Rokus Hofstede, Marijke Arijs, Martin de Haan, Gertrud Maes, Maartje de Kort, Katrien Vandenberghe en Manik Sarkar. Incidentele ateliers de traduction worden verzorgd door bekroonde vertalers als Anneke Alderlieste en Maarten Elzinga. Op de docentenpagina kun je nader met hen kennismaken.

In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met de docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per les vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig.

Engels

Engels wordt bij de Vertalersvakschool elk jaar aangeboden, vaak starten er in een jaar zelfs meerdere groepen. Dat is niet verwonderlijk, het grootste deel van de vertalingen zijn nu eenmaal uit het Engels. Uitgevers kijken ook vaak het eerst naar Engelstalige literatuur voor hun fondsen. Bij het Nederlands Letterenfonds gaat het merendeel van de werkbeurzen naar vertalingen uit het Engels.

De docenten Engels van de Vertalersvakschool zijn zonder uitzondering geroutineerd en gelauwerd. Namen als Niek Miedema, Rien Verhoef, Peter Bergsma, Auke Leistra, Paul Bruijn, Nicolette Hoekmeijer, Barbara de Lange en Tjadine Stheeman ken je van David Mitchell, Ian McEwan, John Coetzee, Bill Bryson, Marisha Pessl, Edward St. Aubyn, Virginia Woolf en Yann Martel. Op de docentenpagina kun je met hen kennismaken. Alumni van de opleiding Engels krijgen opdrachten in alle genres, van hoogliterair tot chicklit. Op de alumnipagina stellen zij zich voor.

In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met de docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per les vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig.

Duits

Sinds de oprichting van de school wordt Duits aangeboden als tweejarige opleiding. In Antwerpen zijn het korte cursussen of transnationale groepen met Belgische en Nederlandse studenten. De groepen zijn meestal klein, maar de betrokkenheid en inzet zijn enorm groot. De docenten behoren tot de kopgroep van de literair vertalers Duits in het Nederlandse taalgebied, o.a. Elly Schippers, Els Snick, Ard Posthuma, Gerrit Bussink, José Rijnaarts, Wil Boesten, Jan Sietsma en Michel Bolwerk. Op de docentenpagina kun je nader kennismaken.

In het literaire landschap nemen vertalingen uit het Duits een bijzondere plaats in. Er wordt vooral hoogliterair werk uitgegeven. Minder hoogwaardig werk wordt slechts sporadisch vertaald. Wel is er veel vraag naar uit het Duits vertaalde non-fictie. De laatste jaren is de Duitse literatuur in Nederland weer in opkomst, na een periode van geringere aandacht. De aanwezigheid van Nederland en Vlaanderen als Schwerpunkt op de Frankfurter Buchmesse 2016 zal daar ongetwijfeld aan bijdragen.

Een aantal alumni van de opleiding Duits zijn inmiddels vaste waardes voor uitgevers: Anne Folkertsma, Jantsje Post, Luciënne Pruijs en Janneke Panders zijn bekende namen geworden.

In de werkgroepen polijst je je vertaaltalent in nauwe samenwerking met de docent, maar ook met je medecursisten. Je legt je werk aan hen voor en leert kritiek positief te verwerken. De Vertalersvakschool kiest ervoor met kleine groepen te werken, om de onderlinge samenwerking te stimuleren en om je voldoende ruimte te geven je eigen werk te belichten. Per les vertaal je tussen de 500 en 1000 woorden en ben je ongeveer vijftien uur met vertalen bezig.